‘Jij mankeert niks aan je oortjes’

Nieuws

‘Jij mankeert niks aan je oortjes’

Geschreven door Richard de Lauw

Een groot deel van mijn leven ben ik vrachtwagenchauffeur geweest Als chauffeur reed ik door heel Nederland. Soms wel 30 adressen op een dag. Gelukkig meestal wat minder. In 1998 werd ik doof. Volledig doof, beide oren, geen enkel geluid meer. Niets… Nadat ik doof werd, is het me puur op wilskracht gelukt om weer terug te komen op de vrachtwagen. Er zaten veel adressen bij waar ik elke week kwam, dan wisten ze meteen: ‘oh ja, die dove man’. Dat ging vlot en gemakkelijk, ik hoefde ze maar één keer op te voeden 😊. Maar er zaten ook volop vreemde adressen bij. Dat was soms wat lastig manoeuvreren. Niet met de auto, maar met de personen die daar werkten. Je kon niet verwachten dat zij meteen goed met een dove man konden communiceren, dus ik hielp zoveel als ik kon. Sommige pakten het heel goed op. Sommige vonden het maar moeilijk en waren blij als ik weer weg was. Prima, ik kom niet voor de koffie, maar om te laden of te lossen. 

Richard de Lauw met ABI implantaat

Mijn verhaal gaat over mijn beste vriend volgens de reclame destijds: de politie. Voor alle duidelijkheid, het is niet de bedoeling om iemand zwart te maken. Maar besef goed, als dove kun je blijkbaar in zo’n situatie terecht komen. En dat is treurig. Ik kan er nu goed mee lachen, het is vooral een anekdote nu.

Ik reed rond de carnavalstijd in Enschede. Mijn toenmalige vrouw was mee, gezellig een dagje samen op pad. Ik had een adres in de winkelstraat waar ik al eerder was geweest. Mijn auto was wat te groot voor de gewone route, dus ik ging via het marktplein die kant op en proberen zo dicht mogelijk te komen, zodat ik niet ver met die (te zware) pallet hoefde te sjouwen. Het plein mag je (blijkbaar) na 11:00 niet meer op. Of beter gezegd, je moet het van een andere kant benaderen. Hoe ik het deed was gemakkelijker, geen last van winkelend publiek en zij niet van mij. Win win. Dat dat niet mocht, werd mij later duidelijk gemaakt. Nou ja, poging tot. 

Ik rij op en ik zie daar een andere vrachtauto staan met twee agenten erbij. Ze zien mij en komen ook mijn kant op. Shit! Nou ja, ik zal eerder een ander woord van drie letters hebben gebruikt, maar laten we het netjes houden. Ik draai meteen door en maak aanstalten de auto dan maar langs de doorgaande weg te parkeren op een strook. De agent die komt aanrennen (hij had één streep op de mouwen, dus een nieuwe jonge agent) laat me stoppen. Ik stop, gooi de deur open en zeg ‘ik zet hem daar achter wel neer’. 

Hij begint van alles te roepen wat ik niet snap. De radio staat ook aan. Ik vraag: ‘Krijg ik een bekeuring?’ Ja, dus. Mooi, als ik toch moet betalen ga ik ook niet ver lopen met die pallet. 
De agent zegt iets wat ik niet meekrijg. Ik geef aan dat ik doof ben. Wat wil je? Papieren. ‘Oké, welke papieren?  Vrachtpapieren, persoonlijke papieren, autopapieren?’ Het antwoord versta ik niet, maar ik geef hem op goed geluk met rijbewijs en id. De man begint een heel verhaal af te steken. ‘Sorry, ik ben doof. Ik begrijp je niet.’ Hij blijft praten en ik blijf herhalen dat ik doof ben en hem niet kan horen. Ondertussen is de andere agent erbij gekomen. Het verhaal herhaalt zich. Ik ben doof! Ondertussen laat ik mijn toenmalige vrouw (horend) de planning bellen. Die konden meeluisteren.
Ik moet uit de auto komen. Prima, kom ik uit de auto. De man geeft mij een heel verhaal waar ik oprecht geen ene (netjes blijven!) bal van begrijp. Dus ik zeg weer: ‘sorry, ik ben doof, ik begrijp het niet.’ Die agent wordt onvriendelijker, voor zover je hem al enige vriendelijkheid kan toedichten. Hij zegt weer iets langdradigs, wijst naar wat straten en hierop zeg ik weer: ‘ik ben doof, ik begrijp het niet.’ Hij geeft als reactie: ‘Ik heb twee getuigen: jij mankeert niks aan je oortjes.’ Dat begreep ik oprecht niet. Is maar goed ook, anders was het laat geworden die dag. En daarop zegt hij: ‘als jij wat aan je oortjes mankeert, dan kom maar even mee naar het bureau. Het woord bureau begrijp ik! Prima, kom gaan we naar het bureau. Dan kun je een tolk laten komen en ga ik een klacht indienen. De planning aan de lijn hoorde alles. En waren aan het roepen: ‘rustig, rustig’. Maar ja, ik ben doof, dat hoorde ik echt niet 😊. 

Truck van Richard de Lauw

De oudere agent snauwt de jongere wat toe: ik vraag of zij mij nog nodig hebben, zo niet dan ga ik lossen. Ik ben niet nodig (hey, dat begreep ik wél) en ga mijn pallet versjouwen. Terug in de auto zit mijn toenmalige vrouw zich gruwelijk op te winden. Ik dacht eerst vanwege mij. Nee, vanwege dat: ‘jij mankeert niks aan je oortjes’.   


In de avond kom ik terug op het bedrijf. Ik lever mijn papieren in bij de planning, en de directeur staat er al. Die had dat hele verhaal live aan mogen horen. ‘Hey Wielklem en co’, was de begroeting! Ja, grappig. Hij vindt dat ik niet correct was behandeld en gaat er iets mee doen. Dat doet hij inderdaad. Hij belt met de politie in Enschede, wil een klacht indienen en de hoogst mogelijke persoon hierover spreken. Kijk, de bekeuring was terecht. Maar de behandeling door de agenten niet. Ze spreken Engels als de situatie daarom vraagt, Duits als het een Duitser is en, als ze het beheersen, Twents als het een Tukker is. Maar iets opschrijven voor een dove, dat was te moeilijk. Ik maak altijd de grap, daarom waren ze met zijn twee, de ene kon schrijven, de andere lezen. Alleen was de schrijvende nog in opleiding. Bon schrijven lukte wel al! Enfin, de inspecteur hoort mijn werkgever aan. En zegt hierop terug te komen. 

Een paar dagen later belt hij weer. Hij heeft de betreffende agenten gesproken. En de grote baas van de politie in Enschede komt met een vraag. “Is uw chauffeur echt doof?” Ah! Dus ze hadden het wel begrepen dat ik dat zei. Maar totaal genegeerd. Schandelijk! Echt schandelijk! Mijn baas reageert met ‘Denkt u nou echt dat als mijn mensen zo’n grap zouden uithalen, ik zou bellen om een klacht in te dienen?’ Het blijft even stil aan de andere kant van de lijn en dan: ‘we komen er op terug’. 

Truck van Richard de Lauw

Weer een paar dagen later. De inspecteur heeft de betrokken agenten gesproken, zij zijn van mening dat ze correct hadden gehandeld. Mijn werkgever: ‘Nee, dat hebben ze niet, ik heb het hele verhaal live gehoord!’ Hij had zich staan bescheuren, bleek later. Toen die agenten zeiden: ‘mee naar het bureau’, riep de planner ‘rustig rustig’ en de directeur ‘meegaan meegaan’. Leuk baas 😊.

Goed, de inspecteur heeft het daarbij gelaten. De bekeuring was te klein om er veel werk in te stoppen, de baas heeft betaald en ik was weer een hele ervaring rijker. 

Steun de stichting

Geef om de Stichting Plots- en Laatdoven, geef aan de Stichting Plots- en Laatdoven!