Reisverslag van John: Indonesië, het land van zijn roots

John Retel Helmrich, ‘onze John’ van de redactie van Plotsdoof magazine, heeft begin dit jaar de reus van zijn leven gemaakt. Hij doorkruiste het land van zijn roots, Indonesië. Dat was prachtig, onvergetelijk, maar kende ook uitdagingen voor iemand met een auditieve beperking. Hij deelt zijn verhaal met ons en het is werkelijk een pracht verhaal, inspirerend. Een groot gedeelte lees je hier in het magazine; het verhaal gaat vervolgens hier verder op onze website.

Jakarta 

De reis begint met een lange vlucht die ons via Istanbul naar Jakarta brengt. Het is een hele uitdaging om bijna dertien uur (in totaal) op je stoel te blijven zitten. De chaos barst vervolgens los wanneer we vervolgens koers zetten naar ons appartement. Parkerende taxi’s en auto’s die kris en kras hun wagens neerzetten om de koffers en bagage in te laden, in een atmosfeer die nog het meest op een openlucht oven lijkt. De temperatuur verschillen in 24 uur van 4 naar 34 graden en doen mijn natte beenharen beseffen dat het dragen van een lange broek, al is hij dun, niet helemaal senang voelt. 

Gelukkig komt onze chauffeur binnen de afgesproken tijd, met ruime indo marge weliswaar.  

Nog een uurtje rijden, want Jakarta is heel groot, en dan kunnen wij ons airbnb appartementje bezichtigen. De jetlag overvalt me. Je kan wel om 12 uur in de nacht in bed liggen maar je biologische seiko weet donders goed dat het gewoon 5 uur in de middag is! 

De eerste dag hebben wij eigenlijk een beetje rond geslenterd in de buurt. Natuurlijk was ons eerste culinaire hoogtepunt het bezoeken van de lokale KFC. Kip met rijst! Blijer kan je mij niet maken. 

De volgende dag had Cathy een ontmoeting met een gebarentolk geregeld. Waar? Jawel bij Starbucks! Ook nu is Johnny be happy content met deze keuze. Jasmin was niet alleen gebarentolk maar zij kende ook 5 andere talen. Aan enthousiasme ontbrak er niks aan en ze kon heel veel vertellen over haar werk, Indonesië, Java en haar ervaringen als tolk. Toch kon zij door al een reeds eerder geplande opdracht niet met ons mee om Jakarta te laten zien. Dat hadden wel Iljam en Nissi, een jong dovenstel dat ook nog beschikte over een eigen auto. Jippie. Hoe handig is dat? 

Scootergeweld 

Mijn keuze viel op Batavia. Oftewel het oude Jakarta zoals het destijds heette toen het nog Nederlands Indië was. Nu weet ik dat Max Verstappen een zeer behendige coureur is maar ik zou hem toch graag een keer willen uitdagen om door Jakarta te rijden. Man man, wat was dat een ervaring die ik graag had willen missen….ja willen missen! Links, rechts, voor, achter reden scooters, soms met kinderen ertussen, anderen met opgestapelde dozen en weer anderen met watervaten. De scooters rule Jakarta. Het verbaas mij dat zij niet geraakt werden, wat op zich ook een verdienste is van de chauffeurs van de vierwielers en het viel mij tevens op dat men niet claxonneert. Ik zie geen woede, geen misgunnen, geen gevloek. Alles laveert en vloeit als gesmeerde olie door het verkeer. 

Dat terzijde. Batavia was heel bijzonder. De stad heeft rijke geschiedenis die teruggaat tot de 16e en 17e eeuw. Maar uit de 19e en met name 20e eeuw zijn de Nederlandse invloeden in de architectuur gebouwen zeer herkenbaar. Iljam en Nissi nemen ons ook mee naar het Jakarta History museum. Op het plein Taman Fatahillah zien wij niet alleen de kleurige fietsen waar iedereen op wilt rijden, maar ook straatmuzikanten en het beroemde Café Batavia! Als wij even, kan natuurlijk niet ontbreken, voor de letters van Jakarta staan, wilt een grote groep jongeren absoluut op de foto met mij. Uhhhhhhh, geen idee waarom? Ja ik weet dat ik wereldberoemd ben in Rockanje maar hiero? Blijk ik ook een hero te zijn?  

Better world 

Na Batavia nemen Ilham en Nissi ons mee naar een soort van cafe annex restaurant maar toch meer een ontmoetingsplaats. Genaamd “better world”. De eigenaresse vertelt ons dat hier iedereen mag komen en dat hier geen onderscheid wordt gemaakt voor mensen met welke beperking en achtergrond ook. Hier moet men zichzelf durven en kunnen zijn. Haar verhaal raakt mij. Niet in de eerste plaats omdat zij ook toelicht dat van de omzet het geld hoofdzakelijk wordt gebruikt om kleine lokale goede doelen te ondersteunen.  

De avond wordt helemaal bijzonder als ineens uit alle hoeken van de stad een aantal dove jongeren ons spontaan een bezoek brengen in Better World. De communicatie is even wennen voor mij, want het is een mengelmoes van Indonesische en Nederlandse gebaren alsmede ASL. Het begrip en de intenties maar ook de bereidheid om elkaar te “verstaan” is zo vertederend. Het waren heerlijke ontmoetingen en een mooie avond. Niet in de laatste plaats omdat de 3 muzikanten die een aantal nummers speelden, vroegen of ik een nummer naar eigen keuze mee wilden zingen. Natuurlijk dacht ik, niemand kent mij en hoort mij hier. Wat heb ik te verliezen? Welk nummer dat was? Een toepasselijk nummer om deze avond nog wat meer te benadrukken hoe ik better world ervaarde en met name de mensen. “I can’t help falling in love with you” van Elvis Presley.  

Men zegt wel eens, het gaat niet om de bestemmingen, maar om de reis die je maakt. Ik wil hier aan toevoegen. Het gaat eigenlijk om alles! Maar het meest bijzondere en het meest onvergetelijke is dat je tijdens reizen nieuwe mensen ontmoet en nieuwe vriendschappen creëert. 

Semarang 

Als wij in de avond, na een treinreis van 6 uurtjes langs prachtige en weidse landschappen, op Semarang Tawang station aankomen voel ik mij ineens heel emotioneel. Het station is niet alleen authentiek, maar straalt ook een soort vertrouwen uit. Hier heeft mijn vader dus grotendeels zijn leven in Indonesie doorgebracht. En hij zal ongetwijfeld hier ooit een keer op dit station gestaan hebben, bedenk ik mij. 

Het begint ineens te regen, eerst een paar druppels en daarna houdt het niet op! Gelukkig zijn wij op tijd in de taxi gesprongen. Een fitte oude chauffeur brengt ons langs de oude stad Kota Lama naar ons bestemming direct tegenover het park Simpang Lima. We worden als sterren ontvangen in het fraaie Louis Kienne Hotel. Als de chauffeur verklapt dat hij niet alleen al 66 jaar is maar ook met armworstelen mening tegenstanders heeft verslagen, besluit ik hem een extra fooi te geven omdat hij mij 15 jaar jonger schat. Ik begin nu al van de stad te houden. Wij besluiten om snel, nadat wij onze koffers boven in onze gezellige kamer hebben gedeponeerd, naar Mac Donald’s te gaan. Gesloten. Dan maar snel een indoMart bezoeken en wat noodles halen. Tijdens deze avond wandeling word ik sinds heel lang geleden, geconfronteerd met 2 ratten die ineens uit de vuilniszakken de stoep oplopen. Ik gil het uit van zoveel ranzigheid en Cathy moet er vreselijk om lachen. Sorry, ik ben wel een redelijke dierenliefhebber maar van deze beesten moet ik helemaal niets hebben. Het laat mij wel beseffen dat Indonesië geen Nederland is.  

Mama! 

De volgende dag zoeken wij, op advies van onze arm worstelaar, Kota Lama op. Bij tijd en wijlen regent het keihard maar het gekke is dat het absoluut niet koud is. Het regent warm water en de temperaturen blijven in de avond ook boven de 28 graden. Als wij met natte kleren de Starbucks invluchten na een korte wandeling door de oude stad, merken wij dat het niet altijd prettig is dat een airco vol staat te blazen. De koffie en de lokale cakes vergoeden veel. 

Bij terugkomst in ons hotel worden verrast door 2 zittende mensen die ons op de trap lachend aanschouwen. Het is mijn moeder met haar vriend Leo! Ik hoef natuurlijk niet uit te leggen dat wij elkaar lang hebben vastgehouden. Ik heb mijn moeder voor het laatst gezien voor haar vertrek bijna 4 maanden geleden. Zij hebben eerst in Jakarta en Parakan gebivakkeerd en nu ineens sta ik oog in oog met haar. Het zal de laatste reis voor haar naar Indonesië zijn. Zij is al 84 jaar en zo’n verre reis met tochten door het binnenland van (west) Java, vergt wat van jouw mentale en fysieke gesteldheid. Zeker met die tropische temperaturen, en de hoge luchtvochtigheid ligt rond de 70 tot 90%.  Om het weerzien te vieren eten wij met z’n vieren in een restaurant. Ik neem voor het eerst nasi goreng met Telor (ei) en Ayam (kip) en uiteraard sambal badjak!……..Aiiiiiiiiiiiiiiiii, dat is pittig! Ik was even vergeten dat de basis al spicy is en als ik er ook nog een lepel Badjak erin kwak, gaat mijn tong spontaan en vurig de samba hakkuhhh! Maar lekker was het wel, eindelijk weer echte Indonesische Nasi Goreng , toch mama? 

Als wij in de ochtend opstaan willen we maar 1 ding, zeker als de zon volop schijnt. Weer naar Kota Lama. Semarang is de stad waar mijn vader samen met zijn broer Peter en zus Frauke gewoond hebben. Mijn opa had daar een suikerplantage en een onderneming. Het idee dat wijlen mijn vader, hij is al meer dan 20 jaar geleden overleden, hier door de straten heeft gelopen en uit is geweest doet mijn helemaal sidderen van binnen.  

In Kota Lama verraden straat naam borden zoals, Heerenstraat, Hoogendorpstraat, Kloosterstraat en de Blinde spekstraat en dat Nederlands-Indië hier ooit bestaan heeft. De veelal oude gebouwen dragen ook Nederlandse namen zoals het weeshuis en het kantoor Pos 

Nergens in Indonesië staat zo veel Nederlands erfgoed zo dicht bij elkaar. Er staan 105 gebouwen, verspreid over 34 hectare grond. De welbekende raamluiken, het glas in lood en de art deco stijl zijn nog te bespeuren in de door Nederlandse kolonisten ontworpen gebouwen. 

Als wij met een Betjak (fietstaxi) verder door de oude stad rijden voel ik gewoon dat mijn vader hier een geweldig leven gehad moet hebben. Afgezien van die vreselijke oorlogsjaren natuurlijk.  

Wij besluiten om met een Uber taxi onze weg te vervolgen. Deze oude barrel zou niet eens de naam taxi mogen dragen. Er mankeert van alles. Als deze voor een APK keuring in Nederland zou moeten komen komt hij niet verder dan de letter A…de A voor Absoluut ongeschikt als taxi. Maar wij zijn in Indonesie en een rit van 1 euro, hoewel hij eerst 10 dollar vroeg daar moet je niet teveel comfort van verwachten.  

Wij bezoeken een unieke locatie in Semarang. Het schijnt er te spoken. Bezoekers zouden er geesten hebben gehoord én gezien. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de makers van de horrorfilm ‘Dendam Kuntilanak’  Lawang Sewu hebben gekozen als locatie voor hun film. Bij het oprijden van Tugu Muda, een bekende rotonde in Semarang, Midden-Java, valt het voormalige administratiegebouw van de Nederlands-Indische Spoorwegmaatschappij ons meteen op; twee hoge torens kijken uit over de rotonde. Het gebouw van de Nederlands-Indische Spoorwegmaatschappij werd ontworpen door de Nederlandse architecten Jacob F. Klinkhamer en B.J. Ouëndag; een prachtig staaltje Art-Deco-stijl. 

Hoewel Lawang Sewu in het Javaans ‘1000 deuren’ betekent, heeft het gebouw geen 1000 deuren. Het gebouw wordt zo genoemd vanwege de vele deuren en hoge, brede ramen.  

Tijdens de Japanse bezetting die duurde van 1942 tot 1945 werd Lawang Sewu in gebruik genomen door de Japanse troepen. Zij gebruikten de kelder als gevangenis, waar verschillende Nederlandse en Indonesische gevangenen werden geëxecuteerd. Als Cathy en ik in 1 van de kelders staan, moeten wij bukken. Je kan er niet eens staan!  

Ons wordt verteld dat hier in deze bedompte veel te kleine ruimte zonder licht soms wel 100 man zaten! Als ware aan elkaar gekleefd!  De meesten gingen al dood door verhitting en honger. De rillingen lopen door mij lijf als ik zo snel mogelijk de kleder verlaat. 

Ik koop boven nog wat souviniers want uiteindelijk heeft deze locatie gelukkig ook heel veel moois te bieden. Vol trots draagt een vriendelijke verkoopster een t-shirt waarop staat “klein Nederland”. Ik vraag uiteraard waarom? Zij legt mij uit dat in dit museum honderden foto’s van de vele trein- sporen en stations hangen. En deze zijn veelal gebouwd door Nederlandse archtecten die bijvoorbeeld door Universiteit Delft werden uitgezonden om Indonesie op te bouwen. Nederland heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de infracturctuur van dit land vertelt ze honderuit. Dit doet mijn hart natuurlijk glimmen. Als ik haar vraag of zij met mij op de foto wilt begint zij ook te glimmen. Wat zijn de mensen toch zo open en lief besef ik.  

Op 7 Februari, een dag voor de geboortedag van wijlen mijn vader besluiten wij opeens het huis waar mijn vader heel lang gewoond heeft met zijn ouders, broer en zus te zoeken. 

Dankzij Cathy die zonder mijn medeweten, de laatste dagen, stiekem contact had met mijn “tante”Hetty die in Nederland woont. 

Hoewel zij in Bandung is geboren kan zij Cathy ongeveer de straat noemen van mijn families huis destijds. Jullie begrijpen dat dit voor mij een niet te bevatten droom was. Mijn vader moet hier tussen 1935 en 1958 hebben gewoond. Dat is dus meer 65 jaar geleden. Zouden wij het uberhaupt vinden? Hoe lang is die straat misschien dan niet? Nou hij was heel lang bleek toen wij daar met onze vakantiebusje (met chaufeur) aankwamen. Ik besluit ergens halverwege uit te stappen. Cathy die nog steeds contact had met Hetty stuurt een foto met een naam van een zijstraat. Want de hoofdstraat hadden we wel gevonden. Als ik om mij heen kijk word ik al snel aangesproken door de dorpelingen. Zij herkennen een nieuw gezicht die met nieuwsgierige en vragende ogen blijkbaar ergens op zoek naar is.  

Voordat ik het in de gaten heb sta ik in de serre van een huis. Omringd door de bewoners van de straat die mij wijzen naar oude foto’s aan de muur. Hier zou mijn Opa tussen moeten staan zeggen zij, nadat de dorpelingen erachter wat de reden was van ons bezoek. Als ik de muur aftas, druip ik teleurgesteld af. Nee sorry, hij zal ongetwijfeld opa zijn maar niet van mij. Opeens krijg ik een mobiel in mijn handen geduwd. Ik waan mij in een aflevering van spoorloos. Ik doe mijn hoortoestel uit, en drukt met volle kracht de telefoon tegen mij oor. Gelukkig deze man spreekt engels! Ik geef hem zoveel mogelijk informatie in een rap tempo. Tot zover ik het kon volgen vanwege mijn slechthorendheid (was er maar een tolk aanwezig dacht ik) zei de naam Retel Helmrich hem niet veel maar hij zou een andere neef bellen die hem meer kon vertellen. Of ik geduld had? Nou we zijn op weg naar ons volgende bestemming maar hoewel ik hier sta te trillen als een kleine jongen, heb ik nog nooit zoveel geduld in mijn hele leven gehad als nu! 

Een kwartier later sta ik oog in oog met een achterkleinzoon van 1 van de dorpelingen. 

Als wij (mijn moeder, Cathy, ik en mijn andere familie leden) hem met ongeloof aankijken, wanneer hij ons verteld dat hij weet waar mij Opa, Oma en mijn vader hebben gewoond, lopen wij ietwat vertwijfeld achter hem aan. Ik helemaal vooraan, met grote stappen. Vanaf de hoofdstraat stonden wij dus blijkbaar met onze bus voor de goede zijstraat. Deze straat is slechts een 200 meter lang schat ik. Nu het juiste huis vinden. De emoties gieren door mijn lijf. Ik vraag God om te helpen en mijn passen worden groter en sneller. Ik loop alleen, de rest van de familie is ver weg lijkt het, maar in werkelijkheid lopen zij een tiental meters achter mij. Ineens…en begint opnieuw kippenvel te krijgen als ik dit schrijf, word ik ingehaald. Een man in een smetteloos wit overhemd kijkt mij aan. Hij loopt mee en lacht naar mij. Ik schat hem een jaar of 28…”Wat leuk dat je er bent, eindelijk heb je het gevonden, ik heb hier zo lang op jou gewacht”….Het is mijn vader, Ik huil, ik huil zo hard van binnen. En ineens staan wij voor zijn huis!. Ik zit een soort rollercoaster van emoties, herrineringen en het hier en nu. Ik kan dit nauwelijks bevatten en geloven dat dit echt gebeurd! 

Wij mogen foto’s maken van het huis. Hier heeft mijn opa dus een suikerplantage en een onderneming gehad waar hij hoofd en eigenaar van was. Mijn vader vertelde mij verhalen hoe hij vroeger als hij in de avond trek had, gewoon met zijn pyama en sandaaltjes naar de hoofdstraat liep om naar een Warung Kaki Lima (een eetkraampje langs de kant van de weg) eten te kopen als hij ineens zin had in een risolles of bapau. Ik herken de route meteen uit zijn verhalen. Hij noemde dit de ultieme vrijheid. Dit heeft hij nooit in Nederland meer teruggevonden. Nu opeens begrijp ik hem. Die warungs staan er nog steeds (en bepalen het straatbeeld door heel Java) en het huis ook. Mijn vader en zijn familie helaas niet meer. Toch ben ik dolgelukkig dat ik op deze plek mag staan. Ik denk hardop: “John, dit is jouw absolute hoogtepunt van deze bijzondere reis, mooier dan dit gaat het niet worden. Als jij morgen terug moet naar Nederland is deze reis na 1 week onbetaalbaar!”   

Gelukkig hebben Cathy en ik nog 1 maand en zijn wij nog niet klaar! 

Vervolg: 

Borobudur  

Tussen de groene rijstvelden van Java rijst een gigantische boeddhistische tempel de lucht in: de Borobudur. Met een omtrek van vijf kilometer en een steenoppervlak van ruim 60.000 vierkante kilometer is dit het grootste boeddhistische heiligdom ter wereld. De boeddhistische tempel is gebouwd op en over een berg in de vorm van een terrasvormige afgeplatte piramide. De negen verdiepingen waaruit de Borobudur is opgebouwd, vormen een gids naar de boeddhistische verlichting voor priesters en pelgrims. Het beklimmen van de trappen naar de top van de Borobudur biedt niet alleen een adembenemend uitzicht over het omliggende landschap, maar heeft voor velen ook een spirituele betekenis.  

Op de eerste vier verdiepingen met rechthoekige terrassen zie je ruim 1.500 reliëfs die het leven van Boeddha afbeelden. Op de drie hoger gelegen cirkelvormige terrassen vind je meer dan vierhonderd stoepa’s met in elk daarvan een Boeddhabeeld. 

De Borobudur is het hoogste symbool van het boedshisme. De tempel staat symbool voor de drie niveaus van de microkosmos: in het eerste niveau zie je de wereld van het menselijke verlangen dat wordt beïnvloed door negatieve impulsen. In het middelste niveau is de mens in controle over zijn negatieve impulsen en gebruikt hij zijn positieve impulsen. En in het laatste niveau is de mens niet langer beperkt door fysieke en materiële verlangens en kan hij onbelemmerd naar het Nirwana. 

Door een uitbarsting van de vulkaan Merapi bedekte een grote stoflaag de Borobudur. Het complex werd vergeten. Pas in de achttiende eeuw herontdekte Sir Thomas Raffles, een Engelse machthebber over Java tijdens het Britse bewind in Nederlands-Indië van 1811 tot 1815, het complex. Sinds 1983 staat het op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.  

Waisak 

Jaarlijks vindt bij de Borobudur een belangrijke boeddhistische viering plaats: Waisak. De geboorte, de verlichting én de dood van Boeddha worden met Waisak gevierd. Duizenden pelgrims en monniken wandelen acht kilometer van Mendut naar Borobudur en dragen oranje bloemen, kaarsen en offers. De processie begint ’s avonds als de maan de tempel verlicht. De kaarsen worden aangestoken en de monniken beginnen met bidden, mediteren en chanten. Het gaat de hele nacht door tot het hoogtepunt van de prachtige zonsopgang. 

YogyaKarta 

“Jakarta is de motor van Java, Yogyakarta is de ziel”, zegt men in deze stad. En daar is niks van gelogen! De Nederlandse invloeden in Yogyakarta zijn nog goed te zien. In de stad ligt namelijk een Nederlands fort dat werd gebouwd aan het eind van de 18e eeuw. Fort Vredeburg is een typisch fort met hoge wachttorens op elke hoek. Het is gerestaureerd en omgevormd tot een museum. In het museum staat de onafhankelijk van Indonesië en Yogyakarta centraal. Hier kun je ook zien dat de Nederlanders in die tijd een minder rooskleurige rol speelden. Net ten zuidwesten van de bekende kraton ligt Taman Sari. Dit complex deed ooit dienst als een prachtig park van paleizen, zwembaden en waterwegen voor de sultan en zijn familie. Er wordt gezegd dat de sultan de Portugese architect van deze uitgebreide retraite liet executeren, om zijn verborgen plezierruimte geheim te houden. Het is gebouwd tussen 1758 en 1765, maar werd beschadigd door de Java-oorlog en een aardbeving in 1865. De grootste bezienswaardigheid van de stad is het kraton van Yogyakarta, ook wel het Sultan Palace genoemd. Het kraton is het paleis van de sultan dat werd gebouwd in 1757. Vandaag de dag is het kraton nog steeds residentie van de sultan. Het Kraton Yogyakarta is zeer indrukwekkend, zeker wanneer je bedenkt dat het complex al meer dan 200 jaar oud is. 

De Beringin Trees vormen een van de bekendste plekken van Yogyakarta. Deze plek, zoals de naam al doet vermoeden, bestaat uit twee grote bomen. Volgens de legende moet je met gesloten ogen tussen de bomen door lopen. Als dat kan mag je een wens doen. Het klinkt misschien eenvoudig, maar het is verbazingwekkend hoeveel mensen er niet in slagen om in een rechte lijn door de twee bomen te lopen. Het treinstation ligt midden in de stad en heet Tugu Train Station. Vanaf hier kun je naar elke stad met een treinverbinding. De trein is het meest gekozen vervoermiddel op Java en dat heeft een goede reden. Het reist prettig, snel, comfortabel en is relatief goedkoop. 

In Yogyakarta verblijven wij in een werkelijk prachtig hotel vlakbij het vliegveld. En dat had een speciale reden, maar daarover later meer. Het restaurant bevindt zich op de hoogste verdieping en het biedt een prachtig panaromauitzicht over de stad. In de ochtend en in de avond begon en sloot ik de dag af door over de rijstvelden te turen. In de verte doemden de bergen op en de palmbomen knikten je beleefd met een lach. Ik hield mij voor om dit beeld in mijn herrinering voor eeuwig vast te leggen, simpelweg omdat je het in Nederland niet ziet. 

In de avond reden we naar de Jalan Malioboro. Het is de grootste winkelstraat van Yogyakarta en druk met mensen die van elkaar genieten en lachend door de straten paraderen. Op bepaalde stukken mochten er geen auto’s rijden en dat was een kolfje naar de hand van Cathy. Maar ook hier maakten wij kennis met dat de mensen uit Indonesie, ons toch als een soort van bezwienswaardigheid zagen. De vriend van Neef Dani is lang, blond en knap. Jullie raden het al. Elk meisje stonde ons vertederd en smekend aan te kijken of zij een foto mochten maken van ons. Mijn moeder spreekt Javaans. (Tegenwoordig is Bahasa de indonesche taal die gebruikt wordt op Java naast Soendanees) zij kon daar geen stap verzetten of de plaatstelijke bevolking begonnen spontaan een gesprek. Ik vond het altijd een prachtig schouwspel. Ik voelde het echt als thuiskomen. De mensen waren oprecht geintresseerd en vaak verbaasd als je zei dat je uit Nederland en hier voor vakantie was. 

Seribu Batu Songgo Langit Jogja 

Net buiten Yogyakarta bevindt zich het park Seribu Batu Songgo Langit Jogja. Wij zagen het als een welkome afleiding voor het drukke doch gezellige centrum van de stad. Het was een soort van Hobbit dorpje met kleine poppenhuisjes. Het doel was om te laten zien hoe men huisjes kon bouwen van puur natuur materiaal. Buiten dat, had men ons beloofd, kon je een prachtige wandeling maken door de jungle en op het eind zou een beloning op ons wachten.  

Ook hier valt weer de enorme gastvrijheid van de mensen op Java op. Elke dag ervaar je dat deze mensen echt naar verbinding zoeken. Ik voel mij helemaal in mijn element. Ook nadat wij besloten om met een soort kabelbaan over een klein gedeelte van het park op ongekende hoogte te zweven! Direct daarna begon onze wandeling. Een lange wandeling welteverstaan. Een hele lange zelfs. We begonnen te twijfelen of de beloning wel op de goede plek lag. Liepen wij niet verkeerd? Ja na een uur kwamen wij aan op het laatste klimmetje. We renden gewoon met z’n viertjes naar ons verlangde bestemming! Maar wat wij zagen toen wij daar op de top stonden was niet zomaar een beloning. Het gaf ons een weidse grootse mooiste uitzicht over het vele groen en daarachter de inmensen bergen…..Het leek wel oneindig! Op de top hadden zij een soort van platform gemaakt waar je kon staan. Mijn God, je waande je als een grote vogel die elk moment zijn vleugels kon uitslaan om over de bomen, de dalen en de bergen te vliegen! 

Ook in de avond als wij de HeHa Skyview in Bikut Bintang bezoeken en net op tijd voor de zonsondergang zijn. Je voelt je de koning te rijk als je op zo’n avond als alles donker is en je tuurt , met de altijd heldere lucht in Indonesie, over het romantische verlichte Yogyakarta. Een ongekende ervaring, het houdt maar niet op! 

De volgende dag wacht mijn moeder een verrassing. Wekenlang hebben wij dit voor haar geheim kunnen houden en deze ochtend zal de verrassing door haar uitgepakt kunnen worden. Daarna zouden wij onze reis voortzetten richting Pangadaran. 

Ik vertelde dat wij niet voor niets dichtbij een vliegveld sliepen. Welgeteld 10 minuten rijden van ons Hotel waar je het relatief nieuwe vliegveld al kon zien. Vandaag zou mijn Zus Priscilla, op haar verjaardag vertrokken uit Nederland, in Yogyakarta aankomen, pries op de geboortedag van mijn oma die geboren is in Bogor. De stad die wij later zouden bezoeken later op deze reis.  

Toen wij de hotelkamer van mijn niets vermoedende moeder binnenliepen om zogenaamd de koffers te pakken, sloop Priscilla met open armen naar haar toe. Ze draaide zich om en het resultaat laat zich wel raden wat er gebeurde. De emoties zaten hoog maar nadat ze een paar keer had geknepen in de armen van mijn zus, wist zij ook dat deze reis nog lang niet klaar was. 

Voor mij en Cathy hield het helaas wel even op. Waarschijnlijk was Cathy tijdens de wandeling in de jungle gestoken door bloeddorstige muggen. Het gevolg is dat zij 3 dagen in bed kon blijven liggen. Wij hebben zelfs een ziekenhuis, tegenover het hotel (!) moeten bezoeken. 

Daar hielden de zusters en doktoren rekening dat zij doof is. Meteen werden de mobiel uit de zakken gehaald om met een vertaal google app, haar van alle informatie te voorzien. De zorg en de medicijnen waren zowat gratis en een vrijwillige donatie, ter compensatie voor hun geweldige zorg, van mij werd absoluut niet geaccepteerd! Nee, het was hun verantwoordelijkheid om voor mensen te zorgen. Zo lief dit! 

Bandung 

Bandung is de stad waar mijn oma en moeder, nadat in Jakarta mijn Opa plotseling overleed toen mijn moeder slechts 1 jaar was, gewoond hebben. Het eerste huis bestond helaas niet meer. Daarvoor was een heus hotel voor in de plaats gekomen. Echter het 2e huis waarin zij woonden vanaf het moment dat mijn moeder 12 jaar was, hebben wij kunnen bezichtigen! Daarover later meer. 

Gelukkig knapte Cathy na 2 dagen slapen en door de medicijnen goed op. Zo konden wij vanuit het treinstation in Yogyakarta met de trein richting Bandung. De afstand was bijna 400 km maar uren in lekker stoelen, met prachtige uizichten, onderuitgezakt zitten is absoluut geen straf! Wij betrokken daar een prachtig en luxe appartement voorzien van alle gemakken met zelf een wasmachine. Heerlijk zo konden wij onze kleren wassen na 2 weken reizen. 

Bandung is een levendige stad maar je kon er ook prachtig wandelen. Zoals door de Jalan Braga. Vroeger heette deze straat overigens Karreweg. In de paar dagen, het langst op Java, dat ik daar was, liep ik elke avond door de straten van de stad die de Parijs van Java wordt genoemd. Overal in de stad zie je de invloeden van Nederland Indie destijds. Wanneer je door de Braga-straat (Jalan Braga) loopt, waan je je een klein beetje in Nederland. Oude gebouwen uit de Nederlands-Indische tijd sieren het straatbeeld Vooral in Jalan Braga waar ik op een middag, samen met mijn zus in een oud hollands restaurant een lunch nuttigde. Aan weerszijden van de straat zie je koloniale gebouwen. Niet vervallen, zoals vaak wel het geval is in het oude stadscentrum van Jakarta, maar over het algemeen goed onderhouden. De Nederlanders wilden van Bandung de nieuwe hoofdstad van Nederlands-Indië maken, en de Braga-straat qua bouwstijl een Europees karakter geven. Rond 1920 werd Jalan Braga de belangrijkste winkelstraat van Bandung. “De straat was een populaire ontmoetingsplek onder de Nederlandse elite”, vertelt een wat oudere lokale bewoner ons. “De Nederlanders kwamen hier om te winkelen. Gekleed in prachtige kledij kwamen ze hier met paard en wagen.” 

De koloniale gebouwen in art-deco stijl hebben een grote aantrekkingskracht en het feit dat mijn moeder ook als jong meisje door deze straat heeft gelopen en mijn Tante Hetty doet mij met weemoed weer terugdenken aan deze warme stad. Zeker toen mijn zus en ik een duet zongen in een parfumerie. Tijdens onze avondwandeling zagen wij, dat in deze winkel die open was je spontaan mee kon doen aan een karaoke. Nou dat lieten wij niet aan ons voorbij gaan natuurlijk! Zoals ik zal zei vonden wij het 2e huisje waar mijn Oma en mijn moeder gewoon hebben. Mijn oma kon als housekeeper voor de bewoners werken en samen hadden zij ook een hele grote kamer waar ze konden slapen. 

Toen wij voor het huis stonden en later door de straten rond het huis en omgeving liepen hield mijn moeder het niet droog. Ze zag zichzelf als meisje door de straten lopen en gelukkig wist zij nog heel veel van haar jeugd. Wij hingen aan haar lippen! Het was ons 2e hoogtepunt van onze reis op zoek naar onze roots. Mijn moeder is 84 jaar oud en ik ben zo bevoorecht dat wij deze reis met haar nog kunnen maken. 

Toen wij terugreden naar ons hotel kwam ik bij een tussenstop achter dat ik mijn rugzak door alle hecktiek vergeten was voor het huis. Het lag dus daar nog. Toen ik terugreed met de chauffeur, de rest ging lunchen in het centrum, begon het keihard te regenen! 

Onze prive chauffeur vertelde mij dat ik ernstig rekning moest houden dat ik de tas niet meer terug zou vinden. De armoe is groot in Indonesie. En zo’n tas onbeheerd, met geld, paspoort en alles in zou als een zeer intressante buit worden gekwalificeerd door de dieven. Ik reed met de nodige zenuwen naar het oude huis van mijn Oma. Op nieuw naar de Jalan Rambutan. De regen maakte alles onzichtbaar, ik stapte uit en daar lag mijn kletsnatte inmiddels donker geworden groen rugzak. Open! Met werkelijk alles in! Mijn paspoort, mijn protemonnee met al het geld erin. Van de chauffeur moest ik Allah bedanken en mijn eigen God. Ik dacht aan mij Oma…..Ik hoorde haar typische lach (niemand kan zo leuk lachen als mijn Oma) en bedankte haar met alle liefde.  

Nog helemaal ontdaan van de hervondst maar ook door de emoties van mijn moeder schreef ik op weg naar mijn familie, want ik had inmiddels ook honger gekregen, dit gedichtje: 

“Witte streepjes op het asfalt in Bandoeng. 
Nergens stoplichten op rood of groen  
Zigzag rijen broederlijk naast elkaar 
Niemand die hier wat van zegt 
Iedereen wilt vooruit op deze oneindige weg. 
Verlaat deze stad met weemoed 
Jij bracht ons zoveel,  
Jij warme verre Javaanse Parijs. 
Nog niet klaar met deze bijzondere reis  
Maar nu al ongekende natuur, moois en veel goeds.  
Slenteren langs oude koloniale gebouwen  
Door warme regens en stralende mensen 
Schilderijen en foto’s in Jalan Braga 
Ik voelde de pracht op mijn armen dwars door mijn opgerolde mouwen  
 
Wat kon ik meer wensen? 
Vulkanen, zwavel en Kraters, in de verte golvende bergtoppen 
Indonesische dansjes, Angklung klanken en warm waterbronnen. 
Where you come from? leergierige blikken,  
In gebrekkig Engels en lachende hoofden die knikken 
Papa alsjeblieft, laat onze reis nóóit meer stoppen! 
Het was even zoeken maar hier staan wij dan  
Huizen anders, terug in Jalan Rambutan 
Mama vertelt honderduit, flashbacks schitteren, tranen druppelen  
Zakdoekje in haar gerimpelde hand 
Zij als kind, opa al lang in het beloofde land  
Met Oma altijd aan haar zijde, ziet ze zichzelf weer door deze straat 
huppelen….” 

Vulkaan met verhaal 

Natuurlijk mag tijdens een reis door Indonesie een bezoek aan een vulkaan niet ontbreken! Het liefst die recent (2019) nog actief is geweest en tot uitbarsting kwam! Tangkuban Perahu (vertaald: omgekeerde prauw (kano)) is een vulkaan in de stad Lembang. Ook hier was het uitzicht ongekend. Het viel hierop dat veel verkopers en gidsen Nederlands spraken. Volgens hen is het gewoon een kwestie van studeren. Hoe meer talen je kent hoe meer je geld kan verdienen is hun motto. Niet verkeerd dacht ik. Zo vertelde een gids dit mooie liefdes verhaal over deze vulkaan en hoe het tot deze naam kwam. En dit trieste verhaal wil ik jullie niet ontnemen.  

“Het verhaal gaat, dat lang lang geleden de mooie Dayang Sumbi hier woonde. Ze stuurde haar zoon Sangkuriang weg omdat hij niet gehoorzaam was. De goden hadden medelijden met haar en gaven haar eeuwige jeugd. Na vele jaren besloot haar zoon terug te keren. Hij ontmoette zijn moeder, maar herkende haar (door haar jeugdige uitstraling) niet. Ze werden verliefd en hadden zelfs huwelijksplannen. Dan herkent Dayang Sumbi haar zoon aan een litteken. Dayang probeert het huwelijk te stoppen en vraagt daarom aan haar zoon, die nog steeds niet weet dat zij zijn moeder is, een in haar ogen onmogelijke taak te volbrengen. Ze vraagt hem om haar op de huwelijksdag bij haar huis, in een boot op halen. 

Omdat haar huis op een heuvel staat, moet Sangkuriang een dam in de rivier leggen om het water uit de rivier te laten stijgen tot aan het huis van Dayang. Ook moet hij een grote boot bouwen, voordat de zon opgaat. Sangkuriang wil zo graag trouwen dat hij mythische krachten aanroept om hem te helpen. Hij kapt een grote boom en hiervan maakt een prachtige sierlijke huwelijksboot. (De boomstronk van deze boom is nog steeds te zien. Dit is de berg Bukit Tunggul). De bouw verloopt spoedig en Dayang Sumbi, die bang is dat haar zoon erin zal slagen aan haar opdracht te voldoen, zorgt ervoor dat er rode kleden in het oosten worden neergelegd, zodat de indruk ontstaat dat de zon al opkomt. Haar zoon, die inderdaad denkt dat de zon al opkomt en dat hij heeft gefaald, schopt de dam uit frustratie kapot. Er ontstaan grote overstromingen en de boot blijft op de kop achter. De boot is nu nog steeds te zien: de boot ligt op de kop, boven op de vulkaan. En als je over de rand van de krater omlaag kijkt, kan je nog steeds het bruiloftsvuur zien gloeien.” 

Muziek 

Zoals jullie weten hou ik van Theater en muziek, dus een bezoek aan een befaamde muziekschool die ook optredens elke dag, buiten de schoolvakanties,  doen daar moest ik natuurlijk met mijn eigen ogen zien! 

Eerst kregen wij een rondleiding van 1 van de oprichters. Saung Angklung Udjo (SAU) is een kunstkring met een laboratorium voor opleiding, waar tegelijkertijd voor toeristen speciale uitvoeringen in de vorm van West-Javaanse kunst worden verzorgd. SAU heeft als doelstelling om de angklung-muziek als kunstvorm en identiteit van de cultuur waar men trots op is, te verwezenlijken. Udjo Ngalegana, een traditionele ambachtsman, bouwde de plaats in 1966 als een middel om iets terug te doen voor de gemeenschap. Alle opbrengsten van Saung Angklung Udjo worden gebruikt voor het onderwijs van lokale studenten, van wie de meesten kansarme kinderen in het gebied zijn 

Zo’n twee uur worden een paar honderd toeschouwers op een bijzondere show met dans, muziek en wajangvoorstellingen getrakteerd. Tweehonderd van de vijfhonderd schoolkinderen, jonger en wat ouder, vertolken de hoofdrollen. Tot slot weet de zoon van Abah Udjo, die de school tegenwoordig runt, op begeesterende wijze alle toeschouwers in het muzikale spektakel te betrekken. Iedereen ontvangt een bamboe-instrument, dat op zich in toonhoogte verschilt van dat van de buren op de tribune. De dirigent orchestreert het geheel op uiterst attractieve wijze, waardoor uiteindelijk zelfs befaamde Beatle-songs van de tribunes weerklinken. 

Wordt vervolgd…