Tragus 7
Wat voorafging: onze niet meer zo jonge held raakt plotsdoof op een Grieks eiland en belandt na huis- en KNO-artsconsult in het lokale ziekenhuis. Wat doet hij daar? Klagen over het eten. Vegetarisch? Nooit van gehoord.
In plaats van de obligate coffee-corner bij de ingang en de rijkgevulde buffetkar, die in Nederlandse ziekenhuizen langs de bedden pleegt te rijden, heeft het Vostani op het binnenterrein een kiosk. Anders dan de traditionele, uit het Griekse straatbeeld verdwijnende periptera, is deze kiosk ongeveer twee keer zo groot en biedt patiënt en personeel vooral snoei & snaai, ijs en kasten vol met gekoelde frisdrank.
Hun cappuccino-kwaliteit is echter ver boven ‘ziekenhuisniveau’. Dat sleept me door de eerste dag. De volgende dag mag ik ‘los van de paal’ en als lopend patiënt ook het terrein af, Mytilini verkennen, bij de plaatselijke middenstand in aanvullend levensonderhoud voorzien en bij een naastgelegen terras interessant zitten doen met mijn infuuskraantjesarm. Als ik maar op tijd ben voor mijn dagelijkse shot prednison.
Mijn verblijf duurt net lang genoeg om te merken, dat het ook anders kan. Op mijn voorlaatste dag tref ik zowaar een soort groenteschotel op mijn tray, ogenschijnlijk huisgemaakt en smakelijk. De voorgaande dagen was het steeds een tomaat-kommermengsel, vergezeld door een cluster uit de familie der pasta-achtigen. Als dessert weliswaar het gebruikelijke fabriekstoetje, maar je kunt niet alles hebben. Als ik mijn familie hierover desgevraagd informeer, krijg ik licht bezorgde reacties. Of ik wel echt in een ziekenhuis ben beland en niet in een gevangenis.
Op de rand van het tot dan toe lege bed naast mij zit opeens een oudere, geheel zwartgeklede meneer zódanig lang en somber naar zijn schoenen te staren, dat ik vrees getuige te zijn van een demonstratie ‘laatste oortje versnoepen’, ofwel van een onafwendbaar naderend einde. Dat kan namelijk óók in het Vostani ziekenhuis. Als er een eveneens zwartgeklede jonge vrouw op zaal verschijnt, lijkt zijn levenslust in een wonderbaarlijke wederopstanding te verkeren. Gearmd als geliefden vertrekken ze.
Intussen leer ik hoe je met twee afgeknipte medische handschoenen een infuuskraantje douche-proof maakt, hoe een Griekse ‘Grote Visite’ eruitziet en dat het aantal decibellen in mijn plotsdove oor ondanks medicatie onveranderd blijft: nul.
Oorator
(wordt vervolgd)