Nieuwsbrief column van Ger Zurburg

Nieuws

Nieuwsbrief column van Ger Zurburg

Geschreven door: Ger Zurburg

Tragus 2

Die koninklijke weg bleek korter dan gedacht, en niet zonder een hobbeltje. Letterlijk. Nederland kent zijn kinderkopjes, België zijn kasseien, Griekenland heeft zijn kalderimi. Uit eigen rotsen gehouwen, verticaal en horizontaal bruikbaar, geen steen hetzelfde. Griekse stratenmakers passen en meten – met een duizenden stenen en zonder voorbeeld op de deksel – als professionele legpuzzelaars een complete straat aan elkaar. Of een boulevard. Platte kant boven, vloeibaar beton ertussen, laten uitharden, klaar.

Zo’n kalderimi-boulevard ligt bijvoorbeeld op het Griekse eiland Lesbos. Meer specifiek: in het noordelijke kustplaatsje Petra – spreek uit: Pètra, bekend van de 30 meter hoge rots in het centrum, waarbovenop een kerk, die elke gelovige Griek of heidense toerist via de 114 rotsige treden een keer wil bezoeken.

Voor rijdend verkeer is deze boulevard de snelste weg om naar andere kustdorpen A en M te komen, voor lopend verkeer een promenade om de aangelegen horeca te bereiken. Overdag boulevard breed tweerichtingsverkeer, waar alles en iedereen zich beweegt met de snelheid van zijn voorganger. ’s Avonds bovendien een selfie-publiekstrekker vanwege onbelemmerd uitzicht op spectaculaire zonsondergangen. Het merendeel van de passanten heeft ongeveer hetzelfde doel: iets eten, iets drinken, iets kopen. Voor Nederlanders betekent dat eerste: goedkoop! Voor Grieken geldt: met hoeveel zijn we?

Op die hobbelboulevard slofslenter ik, na een bezoek aan mijn favoriete restaurant (geheimtip volgt!) naar mijn verderop geparkeerde auto. Temperatuur nog steeds ruim boven de 20 graden, verkoelend briesje, rustgevend golfgekabbel ter zeezijde. In deze relaxte geestestoestand overdenk ik mijn ‘parkeerprobleem’. Feitelijk een non-probleem waar ik graag nogal badinerend over doe, maar kort samengevat: de Griekse man loopt niet – hij rijdt. En zet zijn auto al-tijd pal voor de deur waar hij moet zijn. Daar heeft de Griekse man namelijk recht op. Dat betekent, dat een would-be Griek zoals ik, nu wel ácht-hon-derd meter moet lopen. En weer terug!

Tijdens dit mini-theater van mild zelfmedelijden valt plotseling het stekkertje uit de linker oorschelp van mijn koptelefoon. Althans, zo lijkt het, want ik dráág helemaal geen koptelefoon. Een paar seconden hoor ik zacht kortsluitinggeknetter, daarna niets meer. Ook de zee valt stil. Ik moet nog honderd meter.

Oorator

Steun de stichting

Geef om de Stichting Plots- en Laatdoven, geef aan de Stichting Plots- en Laatdoven!